Voorbij het eigen gelijk
 
 
Column

Inzake de muilkorvende Telegraaf #FreeBartMos

Hit ‘m where it hurts

Nadat Telegraaf-journalist Bart Mos via Twitter kritiek uitte op het gebruik van het woord asielplaag in de kop van zijn eigen krant en zijn grapje over een ‘gouden douche’ in het jacht van Donald Trump verkeerd werd opgevat, is hem een tweetverbod opgelegd. Los van het feit dat ‘Twitter-verbod’ zich moeilijk laat rijmen met ‘vrije pers’, is het zeer kwalijk dat blijkbaar bij de Telegraaf een journalist kan worden bestraft omdat hij doet wat journalisten horen te doen: kritisch en onafhankelijk denken.

Wie is Bart Mos?

Bart MosVoor degenen die niet bekend zijn met het fenomeen Bart Mos: in november 2006 werd hij samen met collega Joost de Haas door de rechter-commissaris in Den Haag in gijzeling genomen, omdat hij weigerde zijn bronnen te onthullen inzake een artikel over de crimineel Mink Kok. In datzelfde jaar schreef hij een artikel over de AIVD-affaire en won hiervoor de persprijs De Tegel. Vorig jaar onthulde Mos dat Loterijverlies (een organisatie die de Staatsloterij wil aanklagen omdat zij erachter zijn gekomen dat in een gokconstructie het huis altijd wint) geld wegsluist, en kreeg hiervoor een aangifte voor “smaad, laster en racisme” aan zijn broek. Kortom: elke beginnend journalist wil later als hij of zij groot is minstens zo vasthoudend en vervelend als Bart Mos worden.

Imagoschade voor de Telegraaf

Voor een bedrijf als de Telegraaf waar de paarse broeken tegen de plinten opklotsen, is het verbazingwekkend dat zij niet hebben stilgestaan bij de mogelijke imagoschade van het muilkorven van een van hun meest bekende werknemers. Zeker aangezien de ophef omtrent de asielplaag-kop (nota bene ontstaan op social media) de aanleiding vormt, kun je niet harder in een vlek wrijven door iemand te muilkorven op diezelfde social media. Het legt bovenal een zorgwekkende ontwikkeling bloot: stervende mediahuizen klampen zich vast aan de laatste sales-strohalmen die er zijn met alle gevolgen van dien. Zij zijn niet langer een vrijhaven voor kritische denkers die de macht willen controleren, maar door hun afhankelijkheid van advertenties en dus ‘publiek imago’ gaan zij zich steeds meer gedragen als een klassieke macht. Niets geeft dit zo pijnlijk weer als de hysterische reactie naar aanleiding van een grapje van Mos op Twitter over een gouden douche. Want dat er hysterisch is gereageerd blijkt wel uit de excuses die Mos aanbood op Twitter. Blijkbaar durft de redactie de schuld van ontstane ophef niet bij de ‘klanten’ te leggen (lees: oerdomme schreeuwers op internet – en daar zijn er veel van – die een woordgrapje niet snappen) want die is tenslotte koning.

Strontvervelende journalisten met strontvervelende vragen

Juist deze onrendabele manier van denken schuurt met de publieke waarden waar de journalistiek voor hoort te staan. ‘Aardig gevonden worden’ verkoopt wellicht makkelijker advertenties, maar is juist precies iets waar een journalist niet wakker van hoort te liggen. Toch zijn kranten wel afhankelijk van die advertenties. Het is natuurlijk een gotspe om dit te schrijven op het internet (waar nooit ergens voor betalen een door god gegeven recht is) maar als we vrijhavens willen creëren voor strontvervelende journalisten met strontvervelende vragen dan moet er toch iemand voor gaan betalen. Anders zal (uit angst voor verlies van inkomsten) de ophef steeds meer regeren, en ik ben waarschijnlijk niet de enige die graag in 2017 de zin “Er ontstond veel ophef op social media over” nooit meer wil horen. Ophef zijn niezende panda’s, anonieme schreeuwers, complotdenkers en vuistjesmaaiende social justice warriors. Hier in meegaan is de extremiteit op internet normaliseren en behandelen als een representatieve steekproef van ‘de Nederlander’. Het is bijna poëtische gerechtheid om keer op keer te zien dat de media – in een poging deze Nederlander te begrijpen – continu meesurft op marginale ophef-golven op Twitter om vervolgens na elke verkiezing weer zich weer af te vragen wat ze toch hebben gemist. Na 25 jaar internet is de stelregel never read the comments nog niet helemaal doorgedrongen in Hilversum en Amsterdam.

Journalistiek kost geld

Toch ligt hier ook een verantwoordelijkheid bij de consument. Zolang niemand wil betalen voor nieuws of onderzoeksjournalistiek, dan zullen we een duurdere prijs betalen en die zal hoogstwaarschijnlijk bestaan uit belastingcenten. Zo heeft de Telegraaf in een poging te overleven bijna de algehele Noord-Hollandse regionale pers wegbezuinigd, en hiermee effectief vermoord. Lokale raadsleden en gemeentelijk bestuur hebben er nog nooit zo ongecontroleerd bij gelopen als in 2017, terwijl juist zij met het overhevelen van diverse (zorg)taken vanuit Den Haag nog nooit zoveel hooi op haar vork heeft gehad. Dat hiermee een perfecte storm voor regionaal wanbestuur, lokaal zonnekoning gedrag en verdwenen belastinggeld wordt gecreëerd moge duidelijk zijn.

Hit ‘m where it hurts: #FreeBartMos

We betalen nu al de prijs voor het bizarre idee dat gratis nieuws een mensenrecht is. Elke keer wanneer een journalist de zin ‘er ontstond veel ophef over’ uitspreekt, elke keer wanneer een journalist overstapt naar Haags woordvoerdersschap (want dat is tenslotte ongeveer hetzelfde in een tijd waar advertorials opzettelijk worden verward met journalistiek,  elke keer wanneer een journalist in een vrij land met vrije pers wordt gemuilkorfd door zijn werkgever uit angst voor ophef en gedoe.

Vooruit. In 2017 is de zin “Er ontstond op social media veel ophef over” nog een keer geoorloofd. Hit ‘m where it hurts: #FreeBartMos

   
 
 
Toon / Verberg Reacties  
 
Sinds september 2017 moet je ingelogd zijn op Facebook om hieronder meer dan de standaard aantal reacties te laden.
Het gaat hier helaas om een verandering die Facebook zelf heeft doorgevoerd.
Maar je kunt ook reageren via Disqus.
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.