Opinie

Waarom De Volkskrant beter nooit meer over het songfestival kan schrijven

14-05-2017 19:15

Kijk, dáár zitten ze, de zes leden van de vakjury van De Volkskrant. Wat hebben ze een plezier hè. Ze luisteren naar het songfestival. Wijntje erbij, boek van Madonna op tafel om te tonen dat je ingelezen bent; de voormalige sportverslaggever eet zelfs een banaan om te laten zien dat hij aan een journalistieke expeditie is begonnen die nauwelijks onderdoet voor een verslag van Parijs-Roubaix.

Ze zitten bij elkaar om de liedjes van het songfestival te beoordelen, nee dit is iets te neutraal geformuleerd: ze zijn in deze studentenkamersetting bijeengekomen om de optredens zo hard mogelijk af te zeiken. Want, laten we eerlijk zijn: dit is wat hier gebeurt. Het songfestival is pulp dus het mag kapot. Zo cynisch mogelijk.

Melig flauwekulniveau

Dat moet bij het songfestival. Sinds de gay-community het liedjesfeest heeft gegijzeld en deze gillende gelegenheidsrecensenten zich meer druk maken om jurken, versprekingen en bloopers van de regisseur is de Europese liedjescompetitie een campfestival. En in die gedateerde hihihi-hahaha toestand bevinden deze zes mensen op de bank zich nog steeds.

‘Ten prooi gevallen aan de peerpressure van een cultureel correct cohort’

Maar helaas, het songfestival is het melige flauwekulniveau grotendeels ontstegen. De liedjes zijn al jaren een stuk beter, de Nederlandse inzendingen zijn zelfs heel behoorlijk. The Common Linnets werden tweede met een a-typisch folknummer en ook Anouk en Douwe Bob maakten beter dan gemiddelde popliedjes die zelfs op het hypercorrecte 3FM werden gedraaid. Dat is deze zes zelfingenomen snobs ontgaan.

Zes afzeikertjes

Ze zijn vooral met zichzelf bezig, en niet meer in staat om zuiver te kijken. Over de latere winnaar van het festival schrijven ze:

 

“Hij kan er natuurlijk ook niets aan doen, maar de slissende s’en uit het Portugees maken van Sobral een dronken tor. Zijn mimiek met dat hangende kopje doet ook het ergste vrezen. En stijlpolitieagent Arno Kantelberg zou de ongeschoren hipster beslist op de bon slingeren voor het drie maatjes te grote colbertjasje (het pochetje zit óp de schouder!). Aan de achterkant zit het vol kreukels, alsof hij zo uit de auto is gestapt. Vermoedelijk net aan de blaastest ontsnapt, maar van dit podium dondert hij af.”

 

Een vier voor de moeite, krijgt deze mompelende stuntel.

Dat er niemand van deze zes afzeikertjes op de bank ingrijpt en constateert dat we hier te maken hebben met een getourmenteerde Portugese Chet Baker met de présence van Arno Hintjens is best bijzonder. Maar misschien ook wel niet. Het sextet is duidelijk ten prooi gevallen aan de peerpressure van een cultureel correct cohort dat zich in het geval van het songfestival laat leiden door overjarige puberinstincten. Op deze dagen is het chique om je te gedragen als Beavis & Butthead.

Strontvervelend, maar ja dat krijg je met de culturele net-niet elite. Die trappen graag naar de lagere klassen.

Schrijftafelmoordenaars

Dergelijke types zijn vaak nog vervelender dan politiek-correcte zedenmeesters. Die durven tenminste toe te geven dat ze geen verstand hebben van kunst of sport. Dit zijn de valse slangen die hun statusangst proberen te maskeren door zich verheven te tonen boven de makers van commerciële meuk.

De kop van het artikel luidt: Een vrouw en een paardenkop.

Toch werden deze schrijfttafelmoordenaars deze keer gesnapt. Nadat er ter redactie een paar zielen opstonden die wél in staat bleken om het werk van die dronken tor op waarde te schatten, begonnen de zwartgallige bankzitters met hun lachgasaanval in te binden. Chris Buur, die meneer met die rode trui en die bril met zwart montuur, probeerde zich als volgt te verontschuldigen in de krant:

 

“Door een fout in ons systeem kwam per ongeluk het verkeerde stukje over – inmiddels finalist – Portugal met het verkeerde cijfer (4!) in de V. Dit is wat we wilden zeggen:

Salvador Sobral – Amar pelos dois

De lichtvoetige weemoed van Cole Porter, gebracht met een hoge stem als een viool of soms een trompetje met demper. We bevinden ons in een jazzclub in Lissabon, luisterend naar oude musicalmuziek, met een alleraardigste hipster die de schoudervulling echt niet per ongeluk zo scheef heeft zitten.

Cijfer: 8,5″

 

Miezerig afschuifstukje

Hmmm. Je schrijft of je hebt vrienden, zei W.F. Hermans eens. Dat de Volkskrant een bizarre misser probeert te herstellen, omdat ze inzien dat ze fout zitten is te prijzen. Maar de zetter de schuld geven van je falen is nog net een stuk storender dan een misse inschatting maken van een fado-parel. In het eerste geval ben je incompetent (kan gebeuren), in het tweede geval deug je gewoon niet.

Gelukkig viel dat ook anderen het op. Het miezerige afschuifstukje ging niet onopgemerkt voorbij, waarna Chris Buur, de chef van de jury, nóg een keer in de biechtstoel kon kruipen:

 

“Want u gaat me niet meer geloven als ik dit zeg, maar: dit was dus een grap, als een soort, dachten wij, kolossale knipoog naar Slappe Excuses die instanties altijd gebruiken, en hoe vroeger altijd mensen zeiden dat ze verkeerd verbonden waren als ze gewoon een verkeerd nummer hadden gedraaid. Maar het werd breeduit opgevat als écht een slap excuus. Dan kunnen we natuurlijk gaan zeuren dat er kennelijk mensen zijn die onze knalhilarische grappen niet begrijpen, en dat hebben we op de redactie dan ook uitgebreid gedaan. Maar het punt is dit: dit was natuurlijk gewoon fout twee.”

 

Huichelachtig verliezer

En zo toonde de Volkskrant zich een huichelachtige verliezer door uiteindelijk de lezers, collega’s en de rest van de wereld de schuld geven voor hun vooroordelen, desinteresse en hun gebrek aan ruggengraat. Gênant. Terwijl in Kiev een van de mooiste songfestivalnummers ooit won probeerde het Volkskranttribunaal haar imago van matig ingevoerde zuurpruimen weg te poetsen.

‘De rellerige rioolrat die zich presenteert als kunstautoriteit’

Misschien aardig om te memoreren dat deze meneer Buur ooit een badinerend stukje schreef over Jan Uriot, de songfestivalconnaisseur van De Telegraaf. Buur – zelf homo- typeerde zijn collega van de Volkskrant als de stinkende voorman der relnichten. “Uriot brengt entertainmentbabbels met een urgente tone-of-voice die detoneert met de lichtheid ervan. Dat irriteert een beetje. Maar de echt onaangenaam ruikende waarheid van het bestaan van Jan Uriot: hij is een archetype. De roddelnicht. Hij bestaat dus toch.”

Lafhartige non-valeur

De echt onwelriekende ruikende waarheid is dat er naast de roddelnicht nóg een nicht bestaat: de rellerige rioolrat die zich presenteert als kunstautoriteit, maar niet veel meer is dan een lafhartige non-valeur die weg denkt te komen met miserabele meninkjes.

Advies aan de Volkskrant: zet er eens goede mensen op of laat dat festival gewoon lopen.

 

 

 

 

Screenshots: De Volkskrant, dinsdag 9 mei, 2017.